Heer U bent altijd bij mij

Heer, U doorgrondt en kent mij; mijn zitten en mijn staan
en U kent mijn gedachten, mijn liggen en mijn gaan.
De woorden van mijn mond, o Heer, die zijn voor U bekend
en waar ik ook naar toe zou gaan, ik weet dat U daar bent.
Heer, U bent altijd bij mij, U legt uw handen op mij
en U bent voor mij en naast mij en om mij heen.
Heer, U bent altijd bij mij, U legt uw handen op mij
en U bent voor mij en naast mij en om mij heen, elke dag.
Heer, U doorgrondt en kent mij, want in de moederschoot
ben ik door U geweven; U bent oneindig groot.
Ik dank U voor dit wonder, Heer, dat U mijn leven kent
en wat er ook gebeuren zal, dat U steeds bij mij bent.
CCLI 2865941