Midden in de winternacht

Midden in de winternacht, ging de hemel open.
Die ons 't heil der wereld bracht, antwoordt op ons hopen.
Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet?
Laat de citer slaan, blaast de fluiten aan.
Laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen:
Christus is geboren.

Zie, reeds staat de morgenster, stralend in het duister.
Want de dag is niet meer ver, bode van de luister,
die ons weldra op zal gaan, herders blaast uw fluiten aan.
Laat de bel, bim, bam, laat de trom, rom, bom,
kere om, kere om, laat de beltrom horen:
Christus is geboren.

CCLI 2865941